Česká centra, Czech Centres

Česká centra / Czech centres - logo

Programma:

23-aug.-2020

Remember 23 August - Milada Horáková

[ENGLISH BELOW]

Op 23 augustus, de dag van de verjaardag van het Molotov-Ribbentrop-pact, is de Europese herdenkingsdag voor slachtoffers van totalitaire regimes. Het was op die dag in 1939 dat een overeenkomst tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie de poort opende naar de Tweede Wereldoorlog en allerlei vormen van totalitair geweld: van gedwongen migratie via slavenarbeid en oorlogsmisdaden tot genocide, inclusief een gebeurtenis die nog nooit eerder was voorgekomen in de wereldgeschiedenis - de Holocaust.

23 augustus brengt de herinnering terug aan de miljoenen mensen die het slachtoffer zijn geworden van totalitaire regimes, waaronder de gevangenen van nazi-concentratiekampen, vernietigingskampen, Sovjet-goelags en stalinistische gevangenissen. Ons doel is om hun individuele verhalen te herinneren. Het doel van de "Remember. 23 augustus" is om de herinnering aan de slachtoffers van het nazisme, het stalinisme en alle andere totalitaire ideologieën te cultiveren, en deze niet af te beelden als een anoniem collectief, maar als individuen met hun eigen onderscheidende verhalen en lot. Door dit te doen, willen we ook het publiek bewust maken van de bedreigingen van extremistische ideologieën.

Op 27 juni 2020 was het exact 70 jaar geleden dat Milada Horáková, een symbool van verzet geworden tegen het communisme, sinds haar ter dood veroordeling.

 

Milada Horáková

Film: https://youtu.be/D8qlbH84ohE

Milada Horáková werd in 1901 in Praag geboren. Haar vader was eigenaar van een potloodfabriek. Ze ging naar een middelbare school in Praag tijdens de Eerste Wereldoorlog en begon toen haar studie aan de rechtenfaculteit van de Karelsuniversiteit, precies drie jaar na het ontstaan van de Tsjechoslowaakse Republiek. Ze studeerde af in 1926 en werd directeur van de sociale dienst van de gemeenteraad van Praag. Ze sloot zich in hetzelfde jaar aan bij de centrumlinkse Tsjechoslowaakse Nationaal Socialistische Partij. Sindsdien was ze ook een actief lid van verschillende groepen die zich bezighielden met jeugd- en vrouwenrechten.

Toen de bezetting van Tsjecho-Slowakije in 1939 begon, sloten Milada Horáková en haar man Bohuslav Horák zich aan bij het verzet. Beiden werden in 1940 door de Gestapo gearresteerd. Horáková werd opgesloten in de Gestapo-gevangenissen Pankrác en De kleine vesting Terezín. In 1944 werd ze veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. Hierdoor werd ze naar het concentratiekamp Ainach in de buurt van München gestuurd, en vervolgens in mei 1945 bevrijd door de geallieerden, waarna ze snel terugkeerde naar Praag.

Horáková trad weer toe tot de Nationaal Socialistische Partij en werd lid van het parlement, tot de communistische machtsovername in februari 1948, toen ze ontslag nam uit haar functie. Al snel was ze betrokken bij pogingen om de democratie te herstellen, samen met andere voormalige leden van de Nationaal Socialistische Partij.

Milada Horáková werd, samen met veel andere leden van voormalige non-communistische partijen, gearresteerd door de communistische geheime politie in September 1949. Door twee Sovjet ‘adviseurs’ werd een zaak tegen hen gemaakt. Hoewel ze gedwongen werd om sommigen van de vermeende ‘misdaden’ te bekennen, probeerde ze dapper om zichzelf en haar medeverdachten te verdedigen.

Het proces tegen Milada Horáková en twaalf anderen begon op 31 mei 1950. Het was een showproces, gebaseerd op Sovjetprocessen die werden opgevoerd tijdens de zuiveringen van Stalin in de jaren dertig. Op 8 juni 1950 werden Horáková en drie van haar medeverdachten ter dood veroordeeld. Ondanks oproepen tot clementie van mensen als Winston Churchill en Albert Einstein, bevestigde de Tsjechoslowaakse president Klement Gottwald hun vonnissen.

In de laatste brief aan haar zestienjarige dochter voor de executie schreef ze: 'Als je je realiseert dat iets rechtvaardig en waar is, wees dan zo vastberaden dat je ervoor kunt sterven.' Op de ochtend van 27 juni 1950 werd Milada Horáková geëxecuteerd door ophanging.

In daaropvolgende processen op basis van hetzelfde model werden in het hele land meer dan zeshonderd mensen veroordeeld, onder hen tien mensen die de doodstraf kregen.

Tijdens de Praagse Lente in 1968 werden Milada en haar medeverdachten gerehabiliteerd. Als gevolg van de invasie door het Warschaupact in augustus 1968 werd het rehabilitatieproces niet voltooid. Uiteindelijk werd Milada Horáková, een jaar na de Fluwelen Revolutie van 1989, gerehabiliteerd. In 1991 ontving ze postuum de T. G. Masaryk Order, eerste klasse, van president Václav Havel.

 (naar The Czech Radio)

Dit jaar is er een stripverhaal verschenen gebaseerd op haar levensverhaal. Dit stripverhaal is geschreven door Zdeněk Ležák en getekend door Štepánka Jislová. Zie hieronder een illustratie daarvan.

Stepanka Jislova


 

On 23 August, on the anniversary of the Molotov-Ribbentrop Pact, the European Day of Remembrance for Victims of Totalitarian Regimes is observed. It was on that day in 1939 that an agreement between Nazi Germany and the Soviet Union opened the gate to Second World War and all kinds of totalitarian violence: from forced migration through slave labour and war crimes to genocide, including an event unprecedented in world history – the Holocaust.

23 August brings back the memory of millions those who fell victim to totalitarian regimes, including the inmates of Nazi concentration camps, death camps, Soviet gulags and Stalinist prisons. Our aim is to recall their individual stories. The aim of the "Remember. August 23" is to cultivate memory of the victims of Nazism, Stalinism and all other totalitarian ideologies, whom we strive to portray not as an anonymous collective, but individuals with their own distinctive stories and fates.

Milada Horáková

Video-portrait: https://youtu.be/D8qlbH84ohE

Milada Horáková was born in Prague in 1901. Her father was a pencil factory owner. She went to a secondary school in Prague during the First World War and then she began studies at the law faculty of Charles University, exactly three years after the birth of the Czechoslovak Republic. She graduated in 1926 and became director of the welfare department for the Prague City Council. She joined the centre-left Czechoslovak National Socialist Party the same year. Since then, she was also an active member of various groups focusing on youth and women’s rights.

Once the occupation of Czechoslovakia started in 1939, Milada Horáková and her husband Bohuslav Horák joined the resistance movement and were both arrested by the Gestapo in 1940. Horáková was imprisoned in the Gestapo prisons Pankrác and Little Fortress Terezín. In 1944, she was sentenced to eight years in prison. She was subsequently sent to the Ainach concentration camp near Munich, liberated by the Allied forces in May 1945, then she promptly returned to Prague.

Horáková rejoined the National Socialist Party and became a Member of Parliament, until the communist power takeover in February 1948, when she resigned from her position. Soon, she was involved in efforts to re-establish democracy together with other former members of the National Socialist Party.

Milada Horáková was arrested by the communist secret police in September 1949, along with many other former members of non-communist political parties, and with the help of two Soviet ‘advisors’ set about preparing a case against them. Although she was forced to confess some of the alleged ‘crimes’, she tried to courageously defend herself and her co-defendants during the trial. The trial of Milada Horáková and twelve others began on 31 May 1950. It was a show trial, based on Soviet ones staged during Stalin’s purges of the 1930s. On 8 June 1950, Horáková and three of her co-defendants were sentenced to death. Despite calls for clemency from such people as Winston Churchill and Albert Einstein, the Czechoslovak president Klement Gottwald confirmed their sentences.

In the final letter to her sixteen-year-old daughter before the execution, she wrote: ‘When you realise that something is just and true, then be as resolute as to be able to die for it.’ On the morning of 27 June 1950, Milada Horáková was executed by hanging. In subsequent trials based on the same model, more than six hundred people were sentenced across the country, including ten receiving death sentences.

During the Prague Spring in 1968, she and her co-defendants were rehabilitated. Due to the Warsaw Pact invasion of August 1968, the rehabilitation process was not completed. Finally, one year after the Velvet Revolution of 1989, Milada Horáková was rehabilitated. In 1991, she was posthumously awarded the T. G. Masaryk Order, First Class by President Václav Havel.

(after The Czech Radio)

 












 


Plaats:
online
Datum:

23-aug.-2020

Georganiseerd door:

In samenwerking met het Tsjechisch Centrum


Herinnering
Geen herinnering mogelijk